Aantal keer gelezen493

Mogelijk vervuild zand van Vink: Grote zorg, veel vragen, behoefte aan zorgvuldige beantwoording

wonendinsdag 18 december 2018 23:45

Al meer dan een maand houdt mogelijk vervuilde zand de gemoederen bezig. Als ChristenUnie begrijpen we heel goed dat het zand dat op verschillende plekken in gemeente Barneveld en daar buiten is gebruikt, leidt tot grote onrust bij bewoners. Zij willen weten wat er in het zand zit en welke risico’s dit met zich mee brengt, maar ook hoe dit heeft kunnen gebeuren. Deze situatie is zeer onwenselijk en daarom hebben fracties in de gemeenteraad, waaronder de ChristenUnie, zowel schriftelijk als tijdens vergaderingen, zowel schriftelijk als mondeling ongeveer tweehonderd vragen gesteld. Deze vragen werden gesteld aan verschillende betrokken organisaties, maar met name aan het College van B&W. Het is namelijk de taak van de gemeenteraad om het college te controleren. Een groot deel van de vragen moet nog beantwoord worden. Wat de ChristenUnie betreft zijn de volgende vragen de belangrijkste om te beantwoorden.

Voor de bewoners is het belangrijkst wat er in het zand zit en welke gezondheidsrisico’s dit oplevert. De onrust ontstond toen bekend werd dat het gebruikte zand twee keer gekeurd is en dat er de eerste keer van enkele stoffen een hogere waarde gevonden werd dan toegestaan in zand die gebruikt mag worden in woonwijken. Bij de tweede keuring was dit niet het geval. Het college heeft de GGD gevraagd om op grond van de eerste meting, waarin die stoffen te veel voorkwamen, het gezondheidsrisico te onderzoeken. De GGD heeft voor de zorgvuldigheid berekend wat het gezondheidsrisico is als er zes keer zo veel  van die stoffen in het zand zit. Uit die berekening is gebleken dat er zelfs dan geen gezondheidsrisico is. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is dit op de locaties opnieuw te onderzoeken. Door het verhaal van de twee keuringen is de vraag ontstaan of Vink goed om gaat met het zand dat voor bouwprojecten geleverd wordt. Om de onrust weg te nemen is het dus belangrijk dat de gebruikte grond onderzocht wordt. Dit geeft het college samen met een klankbordgroep van bewoners vorm, zodat het onderzoek plaats vindt op een manier die vertrouwen wekt bij bewoners. Als ChristenUnie vinden we belangrijk dat dit zorgvuldig gebeurt, zodat de onrust echt weg genomen kan worden door de resultaten, of dat duidelijk wordt dat er toch een te hoog gehalte van bepaalde stoffen in het zand zit.

De tweede vraag is hoe dit heeft kunnen gebeuren. De provincie is verantwoordelijk voor de controle op het zand dat bij Vink verwerkt en door Vink geleverd wordt. Een klant die bij Vink zand afneemt, mag er op grond van de vrachtbrief van uit gaan dat het zand schoon genoeg is. Echter, ontwikkelaars van bouwprojecten hebben de verantwoordelijkheid om bij de omgevingsdienst melding te doen van het gebruik van partijen grond, zodat de omgevingsdienst mogelijk alsnog de grond had gekeurd. Op de locaties waar het probleem speelt, is dit niet gebeurd. Bij enkele van die locaties was de gemeente actief als ontwikkelaar en dus (mede) verantwoordelijk voor de melding. Als het gebruik van dit zand wel gemeld was dan had dit mogelijk de huidige situatie kunnen voorkomen. Het college heeft uitgelegd dat al eerder gebleken is dat het melden niet altijd goed ging en dat de procedures toen zijn aangescherpt. Echter, als Raad hebben we de taak het college te controleren. Daarom is het belangrijk dat dit onderzocht wordt.

Tot slot moet er uit de onderzoeken ook een beeld naar voren komen over hoe Vink handelt. Daarbij gaat het niet alleen om de hierboven genoemde onderzoeken, maar ook om het onderzoek van het Openbaar Ministerie naar het handelen van Vink. Het lastige van dat onderzoek is dat het OM niet bekend maakt of ze de zaak verder oppakken en dat ook niet bekend is hoe lang het dan duurt voordat Vink zich voor de rechter moet verantwoorden en wanneer er een dan een uitspraak komt. Dus dat kan nog een tijd duren. Alle informatie samen moet antwoord geven op de vraag of de veelvormige relatie die de gemeente heeft met Vink wel toekomstbestendig is. Die vraag kan echter pas beantwoord worden als er meer duidelijk is over de werkwijze van Vink.

Voor de ChristenUnie zijn dit de belangrijkste te beantwoorden vragen te midden van vele andere vragen. De onderzoeken naar de grond en de meldwijze van de gemeente zullen waarschijnlijk rond maart afgerond worden. Dan zullen we in de gemeenteraad ongetwijfeld debatteren over de vraag hoe nu verder. Ook zal dat, wat de ChristenUnie betreft, het begin zijn van het debat over de relatie tussen de gemeente en Vink. Het belangrijkste is dat iedereen met een gerust hart kan wonen en dat zo’n situatie als deze in de toekomst voorkomen wordt.

« Terug