ECONOMIE, WERK EN INKOMEN

Economie, werk en inkomen

Barnevelders staan tot ver buiten onze gemeentegrenzen bekend om hun ondernemersgeest en arbeidsethos. Wij zijn aanpakkers. Wij nemen graag initiatief. Wij gaan niet bij de pakken neerzitten als het tegenzit. Het is niet voor niets dat Kootwijkerbroek de meeste inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel per adres heeft. Het is niet voor niets dat, als er bedrijventerreinen beschikbaar komen, de kavels als warme broodjes over de toonbank gaan. Het is niet voor niets dat onze winkelcentra aantrekkelijk zijn, weinig leegstand kennen en door veel mensen van buiten onze gemeente bezocht worden. De ChristenUnie is trots op onze ondernemers. Trots op onze boeren. Trots op onze sterke toeristische sector. Trots op onze hardwerkende inwoners. Maar we hebben ook oog voor inwoners die niet zelf voor inkomen kunnen zorgen. Wij willen dat elke inwoner meetelt en kan meedoen, ook in financieel opzicht.


3.1 Economie

Waar staat de ChristenUnie voor?
Een goed inkomen is essentieel voor mensen om onbezorgd te kunnen leven. Daarom moet de gemeente kaders scheppen waarbinnen bedrijven ruimte krijgen om te kunnen functioneren. Gelukkig kunnen veel bedrijven in de gemeente Barneveld goed uit de voeten. Niet voor niets staat Barneveld op plaats 6 in de lijst van MKB-vriendelijkste gemeenten van Nederland. Ook is het centrum van Barneveld uitgeroepen tot meest vitale middelgrote winkelcentrum van Nederland. Toch is er de komende jaren nog veel werk aan de winkel. Voor een goed draaiende economie is het belangrijk dat onze bedrijven goed bereikbaar zijn. De aansluiting van de A1 en de A30, ook wel knooppunt het EI genoemd, is één van de grootste fileknelpunten van Nederland. Dit moet worden aangepakt. De lobby van ons college en van Regio Foodvalley richting Den Haag werpt gelukkig zijn vruchten af, maar moet worden voortgezet.

Barneveld is onderdeel van de Foodvalley. Voor een deel wordt economisch beleid binnen de Foodvalley afgestemd. De ChristenUnie vindt deze samenwerking in het belang van Barneveld. Bijvoorbeeld in de lobby voor verbetering van knooppunt A1-A30. Ook kan de samenwerking tussen de gemeenten, bedrijven en het onderwijsveld helpen om opleidingen beter te laten aansluiten op de vraag die er leeft bij bedrijven. De samenwerking kan helpen om de innovatie in de voedsel gerelateerde industrie aan te jagen en om onze bedrijvigheid internationaal beter te laten concurreren.

De ChristenUnie vindt het belangrijk dat er, op beperkte schaal, industrieterreinen kunnen komen bij de kleine dorpen. In Voorthuizen wordt hieraan gewerkt, maar ook in Kootwijkerbroek en Stroe is hier behoefte aan.

In onze gemeente zijn veel ZZP’ers. Deze mensen zijn financieel relatief kwetsbaar en moeten daarom soms ondersteund worden. De ChristenUnie steunt het ingezette beleid om ZZP‘ers die in financiële problemen komen, met advies te ondersteunen. Ook steunt de ChristenUnie het beleid dat aan ZZP ‘ers in nood een krediet kan worden verstrekt als helder is dat hun bedrijf levensvatbaar is en dit krediet nodig is om tijdelijke financiële problemen te overbruggen.

Onze gemeente heeft twee vitale winkelcentra, in Barneveld en Voorthuizen. De leegstand is minimaal. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat dit zo blijft. Daarom hebben we ons hevig verzet tegen de verhuizing van Albert Heijn uit het centrum van Voorthuizen naar Vlasbekje. Dit zou het centrum uit elkaar getrokken hebben. Gelukkig heeft dit verzet bijgedragen aan de totstandkoming van een prachtige nieuwe supermarkt aan het Smidsplein. 

Zo zijn wij ook tegen een extra warenmarkt op zaterdag in het centrum van Barneveld. Dit zou ten koste gaan van de inkomsten van onze Barneveldse winkeliers. Ook zou het ervoor zorgen dat er op zaterdag moeilijk geparkeerd kan worden.

Behalve dat de gemeente zich moet inzetten voor onze bedrijven, mag van het bedrijfsleven  inzet voor de samenleving verwacht worden. Bijvoorbeeld doordat ondernemers een werkplek bieden aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeente dient hierin een voorbeeldfunctie te vervullen.

De ChristenUnie wil graag de lokale economie stimuleren. Maar bij een gezonde economie hoort ook rust. De behoefte aan rust is een gegeven dat de Here God in de schepping gelegd heeft. Hij schiep de aarde in zes dagen en rustte op de zevende. Op veel plekken moeten winkeliers zeven dagen per week de winkel open doen. Door de veelheid aan sociale media wordt het steeds moeilijker rust te vinden. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat in Barneveld mensen tot rust kunnen komen, in kerkdiensten, door vriendschappen en familiebanden te onderhouden of door zich terug te trekken in de stilte. Daarom zijn we zuinig op de rustdag. Eén dag waarop je mag ontspannen en uitrusten van het werk is een grote zegen. Het lijkt ons goed dat het college probeert in Foodvalley-verband afspraken te maken over de winkelsluiting op zondag. 


Concreet:

  • Bedrijventerreinen in Stroe en Voorthuizen gaan er komen;
  • Goede integrale promotie van onze gemeente via city marketing, waarin alle sterke punten van onze gemeente worden meegenomen;
  • Barneveld moet online veel meer zichtbaar zijn buiten de gemeente, waardoor meer mensen van buiten de gemeente onze winkelcentra bezoeken, gaan genieten van onze natuur en hun dag afsluiten in de horeca;
  • Aantrekkelijke inrichting van onze winkelcentra door meer groen, levendige winkelstraten, en goede (bewaakte) fietsparkeerplaatsen;
  • Voorthuizen wil een gastvrij dorp zijn. Zodra het centrum verkeersluw wordt, moet het centrum aantrekkelijker worden. Dit betekent dat er tussen Di Luca en de Daltons duidelijker één loop moet komen;
  • Al langere tijd leeft de wens om het centrum van Voorthuizen groener te maken. Ook hier moet opnieuw een poging voor gewaagd worden wanneer de verkeerssituatie verandert;
  • Comfortabel parkeren door voldoende gratis parkeerplaatsen verder buiten het centrum en achteraf betaald parkeren of belparkeren op parkeerplaatsen in het centrum;
  • Goede en soepele samenwerking binnen FoodValley gericht op concrete initiatieven rond voedselproductie, transport en de ICT-sector;
  • Voldoende ruimte voor nieuwe ondernemers. Betaalbare bedrijfs- en kantoorruimte in bedrijvenverzamelgebouwen. Voorbeelden waar dit ingezet moet worden zijn Stroe en Terschuur;
  • Via het ondernemersloket biedt de gemeente hulp aan startende ondernemers bij het opzetten van hun bedrijf, bijvoorbeeld door een ervaren ondernemer als coach in te zetten.

 

3.2 Werk en Inkomen

Het hebben van werk is belangrijk. Ons werk is de plek waar talent en verantwoordelijkheid tot hun recht komen. Onze gemeente en onze regio heeft ten opzichte van de landelijke cijfers een lage werkloosheid. Dit komt door de goede arbeidsethos en de ondernemerszin in onze dorpen. Iets om trots op te zijn en om te koesteren! 

Helaas telt Barneveld momenteel toch nog ongeveer 700 werklozen en is het voor hen moeilijk om aan een baan te komen. Er zijn daarnaast te veel mensen die ondanks een baan dicht bij of onder de armoedegrens leven.
We leven in één van de rijkste landen ter wereld, maar ook in Nederland is armoede en lukt het niet iedereen het hoofd boven water te houden. De ChristenUnie vindt dat niemand in Barneveld aan zijn of haar lot mag worden overgelaten.

Dit vraagt niet alleen om een goede manier van omgaan met de sociale zekerheid, maar vooral om het scheppen van randvoorwaarden waarbinnen mensen zelf aan perspectief kunnen werken. De ChristenUnie zet zich in voor bijvoorbeeld experimenten met sociale coöperaties, regelluwe zones en vormen van bijstand zonder veel regels.

Aan het werk
De gemeente stimuleert het bedrijfsleven om zich samen met het (beroeps)onderwijs actief in te zetten voor een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Ook mensen met beperkingen moeten de mogelijkheid krijgen hun talenten in te zetten, of dat nou betaald of via vrijwilligerswerk is. De gemeente geeft hier zelf het goede voorbeeld en stimuleert bedrijven op dit vlak. Misbruik van ‘gratis werk’ (zoals werkervaringsplaatsen) dat ten koste gaat van reguliere arbeidsplaatsen, moet worden aangepakt. Re-integratietrajecten die de kansen op betaald werk aantoonbaar verhogen, moeten juist worden gestimuleerd.

De ChristenUnie vindt het belangrijk te benadrukken dat mensen meer zijn dan alleen hun verdienvermogen. Met de Participatiewet is de rol van de Sociale Werkvoorziening veranderd. Dit vraagt een zorgvuldig proces waarbij de expertise op dat gebied niet verloren mag gaan. Tegelijk is de gemeente verplicht beschut werk te bieden. De ChristenUnie is voor een coöperatieve samenwerking tussen de Sociale Werkvoorziening en werkgevers. Voor nieuwkomers is het in het kader van een goede integratie van belang dat zij snel aan de slag kunnen. Aan vluchtelingen wordt maatwerk geboden om een opleiding te volgen, een leerwerktraject te doen of (taal-)stage te lopen. 

Concreet:

  • De gemeente neemt, in samenwerking met bedrijfsleven, verantwoordelijkheid voor voldoende participatiebanen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt;
  • De gemeente zoekt in samenwerking met het bedrijfsleven naar kwalitatief goede en voldoende beschutte werkplekken;
  • Als de gemeente helpt, mag een tegenprestatie worden verwacht. Daarbij is het belangrijk dat zoveel mogelijk wordt ingezet op de eigen kennis en talenten van mensen;
  • Ondernemers en bedrijven die aantoonbaar succesvolle (re)integratie-trajecten (leerwerktrajecten) bieden worden beloond;
  • Omdat het belangrijk is dat mensen gaan bewegen en eventueel een taak op zich nemen, krijgen sportverenigingen een rol bij integratie;
  • De gemeente moet stoppen met de focus op alleen het verdienvermogen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt;
  • De gemeente zet zich extra in om mensen met psychische klachten aan het (vrijwilligers-)werk te krijgen;
  • In Barneveld komt een lokaal experiment met regelarme bijstand binnen de grenzen van de wet;
  • In Barneveld komt er maximale ruimte voor alternatieve re-integratietrajecten, bijvoorbeeld door het instellen van regelluwe zones en door het mogelijk te maken een eigen bedrijfje of onderneming te starten met behoud van uitkering;
  • Aanleg van glasvezel in de dorpen Voorthuizen, Terschuur, Zwartebroek en de Glind.

 

Armoede en preventie
In Nederland leven ruim 400.000 kinderen in armoede. Veelzeggend is dat 60 procent van deze arme kinderen werkende ouders heeft. De ChristenUnie wil armoede bestrijden. Deze leidt vaak tot sociale problemen, slechtere schoolprestaties en stress. Omdat voorkomen nog altijd beter is dan genezen moet maximaal worden ingezet op preventie en vroegtijdige signalering. Een vicieuze cirkel van achterstand, waarbij armoede van generatie op generatie overgaat, moet zoveel mogelijk worden doorbroken.

Concreet:

  • Er moet doelgerichte en laagdrempelige voorlichting over geld en budgetbeheer aangeboden worden op ontmoetingsplekken in de wijken.
  • De gemeente zorgt er voor dat minimaal jaarlijks actief bekend wordt gemaakt welke minima-regelingen beschikbaar zijn in onze gemeente.
  • De gemeente spreekt met woningcorporaties en energieleveranciers af dat betalingsachterstanden tijdig worden gemeld en er pas tot (dreigen met) afsluiting of huisuitzetting wordt overgegaan nadat eerst actief hulp is aangeboden, zeker bij gezinnen met kinderen.
    De gemeente kijkt ook kritisch naar het eigen gedrag als schuldeiser.
  • Voor mensen met een laag inkomen wordt een collectieve zorgverzekering aangeboden, met een aantrekkelijk tarief en scherpe randvoorwaarden, zoals een meeverzekerd eigen risico;
  • O.a. scholen en sportverenigingen wordt gevraagd alert te zijn op signalen van armoede bij kinderen en deze te melden bij het (sociaal) wijkteam.
  • Een compensatieregeling voor chronisch zieken en mensen met een beperking.
  • Bij regelingen voor minima moet de gemeente rekening houden met de groep die qua inkomen net boven de bijstandsnorm zit.
  • Eén schuldenaar, één regisseur 

Schulden
Om te voorkomen dat voor zowel mensen zelf, als ook schuldeisers en samenleving de gevolgen van schulden zich in rap tempo opstapelen, moet de gemeente snelle en toegankelijke schuldhulpverlening bieden. Het hebben van schulden levert veel stress op en leidt vaak tot geestelijke en lichamelijke klachten. De aanpak van schulden heeft dus haast.
Wachttijden moeten zoveel mogelijk worden beperkt en als een schuldhulptraject start, moeten schuldeisers zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Om een eventuele wachttijd te benutten moet het gebruikelijk zijn om bij de eerste melding ook andere beschikbare partners in te schakelen. Vrijwilligersorganisaties moeten hierbij op steun van de gemeente kunnen rekenen. Dat kan zijn financieel, maar ook in praktische zin, in de aansturing of in kennisoverdracht. En hoewel wij het liefst een samenleving zouden zien waarin voedselbanken niet nodig zijn, zijn wij dankbaar voor het waardevolle werk dat zij doen.

Concreet:

  • Na aanmelding moet iemand binnen twee weken bij de schuldhulpverlening terecht kunnen;
  • Wachttijden worden zoveel mogelijk benut. Bijvoorbeeld door mensen ‘huiswerk’ te geven;
  • Bij het oplossen van schuldproblemen werkt de gemeente actief samen met partners als de Voedselbank, het maatschappelijk werk of de diaconie (diaconaal netwerk);
  • De gemeente maakt als regisseur concrete afspraken met deze partners om de hulp te stroomlijnen en biedt daarin ondersteuning aan;
  • Bij dakloosheid door huurschuld wordt gewerkt aan een gezamenlijke oplossing met de woningstichting. De woningstichting mag zich niet als preferente schuldeiser opstellen;
  • Gezinnen met kinderen die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid komen in aanmerking voor urgentie. In sommige gevallen moet het mogelijk zijn schulden af te lossen door maatschappelijke inzet. 

3.3 Landbouw

De agrarische sector zit midden in een langdurig en ingrijpend veranderingsproces. Deze voor de economie, voedsel- en energievoorziening, maar ook voor de cultuur belangrijke sector verdient respect en onze steun. De gemeente moet zich actief, coöperatief en faciliterend opstellen als het gaat om de noodzakelijke veranderingen binnen de agrarische sector. Bedrijven staan voor de keuze tot schaalvergroting, verbreden van de activiteiten, functieverandering of stoppen. 

Gezinsbedrijven

De ChristenUnie zal zich blijven inzetten voor het gezinsbedrijf. Dat is de kracht van de agrarische sector. Het gaat hier globaal genomen om bedrijven waar twee gezinnen van kunnen leven. Zij moeten via het bestemmingsplan de mogelijkheid hebben om hun bedrijf te ontwikkelen. Megabedrijven en agroparken zijn industriële complexen en passen daarom niet in het Veluwse landschap. 

Boer en Burger

Boeren  laten steeds meer aan de burger zien wat er op hun bedrijf gebeurt. Dat gebeurt door open dagen, boerderijwinkels, boerencampings, toerisme, social media en bezoek van schoolklassen. Dit stimuleert de betrokkenheid van de burgers bij de boerderij en de verkoop van streekproducten. Vallei Boert Bewust is hier een goed voorbeeld van. 

Energieproducent

De boerenbedrijven zijn de ideale plek voor opwekking van groene energie. Dit geldt vooral voor zonne-energie op de daken, aardwarmte en het verwerken van mest. Zonne-energie op daken gaat voor zonneakkers. 

Functieverandering

Doordat veel boeren stoppen met hun bedrijf komen er veel stallen leeg waar niets mee gebeurt en daardoor een verrommeling van het landschap geven. Barneveld is goed bezig om deze lege stallen een andere bestemming te geven of te slopen door toepassing van het functieveranderingsbeleid. Kleinschalige bedrijvigheid past prima in het buitengebied, maar grote bedrijven moeten naar het industrieterrein. Het wordt steeds belangrijker om te zien of de infrastructuur geschikt is voor andere bedrijvigheid. Hierdoor blijft het buitengebied vitaal en aantrekkelijk. 

Menukaart

De menukaart is bedoeld om bedrijven de mogelijkheid te geven om te groeien door een maatschappelijke tegenprestatie te leveren. Wij vinden het niet eerlijk om alleen van boerenbedrijven deze tegenprestatie te vragen, terwijl deze sector al veel bijdraagt aan de economische groei in Nederland. Onze inzet zal zijn dat gezinsbedrijven kunnen groeien door middel van het bestemmingsplan en dat zo weinig mogelijk bedrijven gebruik hoeven te maken van de menukaart. Op dit moment heeft Barneveld een prima bestemmingsplan waar boeren goed mee vooruit kunnen. Aan heel grote bedrijven hebben we in Barneveld geen behoefte. 

Food Valley

Food Valley is een belangrijke regio voor de landbouw en Barneveld zal zich ook actief inzetten

om deze regio te promoten. Industrie, onderwijs en dienstverlenende bedrijven zetten zich in voor vernieuwing, promotie en innovatie, maar de primaire boerenbedrijven blijven achter omdat deze vernieuwingen in eerste instantie alleen geld kosten en niets opbrengen. Het is de kunst om deze boerenbedrijven bij Food Valley te betrekken met activiteiten waar zij ook direct belang van hebben. 

Concreet:

  • Behoud van het gezinsbedrijf
  • Stimuleren dat boer en burger in contact met elkaar komen.
  • Voedsel en leefomgeving moeten veilig zijn.
  • Energieopwekking op het boerenbedrijf moet wel een agrarische activiteit blijven.
  • Grootschalige bedrijvigheid niet in het buitengebied maar op bedrijventerreinen, aan de rand van het dorp of bij goede ontsluitingswegen.
  • Gezinsbedrijven kunnen groeien zonder gebruik te maken van de menukaart.
  • De boerenbedrijven moeten meer de voordelen ervaren van de regio Food Valley.