De berichtgeving rondom de sluiting van de Regenboogschool heeft veel losgemaakt. Begrijpelijk, want een schoolsluiting doet iets met een gemeenschap. Het raakt de kinderen die er met plezier naar school gaan, ouders die nu gedwongen opnieuw moeten kiezen en de samenhang van het dorp, waarin een school meer is dan een gebouw. Het is ook een plek van ontmoeting en verbinding. Bij zo’n besluit horen emoties en die gevoelens verdienen erkenning.

Wat mij steeds meer is gaan storen, is de manier waarop het debat wordt geframed. In krantenkoppen en politieke reacties wordt het gereduceerd tot de tegenstelling: “de christelijke partijen zijn tegen.” Daarmee wordt een ingewikkelde bestuurlijke afweging gereduceerd tot een tegenstelling tussen christelijk en niet-christelijk.

Juist daarom is het belangrijk dat we in het publieke debat onderscheid blijven maken tussen emotie en besluitvorming. Als raadslid ben ik gekozen om besluiten te nemen op basis van redelijke argumenten, feiten en bestuurlijke haalbaarheid. Mijn stem wordt niet bepaald door een etiket dat anderen op mij plakken, en ik ga mijn stem ook niet aanpassen om dat frame te doorbreken. Dan zou ik juist de redelijkheid loslaten.

De suggestie dat een christelijk raadslid automatisch tegen openbaar onderwijs zou zijn, doet geen recht aan de werkelijkheid. Alsof ik geen oog zou hebben voor deze ouders en kinderen, of alsof naastenliefde ophoudt bij mijn eigen bubbel. Niets is minder waar. Ook ik zie het belang van openbaar onderwijs en zie in een groeiend dorp als Voorthuizen liever geen school verdwijnen.

Maar ik wil mensen geen valse verwachtingen geven. Als raadslid heb ik de verantwoordelijkheid om eerlijk te zijn over wat haalbaar is. Ik wil niet instemmen met voorstellen waarvan ik weet dat ze juridisch of praktisch geen standhouden of op dit moment geen aantoonbare meerwaarde hebben. Dat is geen gebrek aan betrokkenheid, maar verantwoordelijkheid nemen. Mocht die meerwaarde wél ontstaan, dan stem ik direct voor.

Juist daarom zou het debat over de inhoud moeten gaan. Over wat wel en niet mogelijk is en hoe we in de toekomst openbaar onderwijs in Voorthuizen kunnen behouden. Als redelijke argumenten verdwijnen en alleen frames overblijven, blijft enkel polarisatie over. Daar wordt uiteindelijk niemand beter van. Laten we elkaar daarom blijven aanspreken op argumenten in plaats van op etiketten. Dat is beter voor dit dossier én voor het vertrouwen in de lokale democratie.