Afgelopen week werd Nederland en daarmee ook gemeente Barneveld, geconfronteerd met de eerste serieuze hittegolf van het jaar. De thermometers tikten tropische waarden aan, wat voor veel inwoners leidde tot extreme hittestress. Hoewel de zomerse warmte voor sommigen aangenaam is, vormt aanhoudende hitte een direct gezondheidsrisico voor kwetsbare groepen in onze samenleving. Denk hierbij aan ouderen, chronisch zieken, jonge kinderen en inwoners in sociaal-economisch kwetsbare posities die vaak in minder goed geïsoleerde woningen leven. 

In het Klimaatadaptatieplan Barneveld en de bijbehorende uitvoeringsplannen heeft de gemeente ambitieuze doelstellingen geformuleerd. Een belangrijk speerpunt daarin is de ‘300-meter-richtlijn’: elke inwoner moet binnen 300 meter van de woning een schaduwrijke plek in de openbare ruimte kunnen vinden. De praktijk van afgelopen week heeft echter aangetoond dat buitenkoelte alleen niet altijd volstaat. Wanneer de nachttemperatuur nauwelijks daalt en woningen opwarmen, ontstaat er een dringende behoefte aan gratis toegankelijke, gekoelde binnenlocaties (zogeheten koelteplekken) waar inwoners, indien gewenst, overdag veilig kunnen verblijven. 

De ervaringen van de afgelopen hitteperiode laten zien dat de communicatie over en de eventuele vindbaarheid van deze locaties in onze gemeente niet goed vindbaar is. Informatievoorziening vindt nu hoofdzakelijk online plaats via algemene tips, waardoor juist de meest kwetsbare en minder digitaal vaardige inwoners buiten de boot dreigen te vallen. Daarnaast is er onduidelijkheid over de spreiding van deze plekken over de verschillende dorpskernen en de openingstijden op de heetste momenten van de dag. 

Om ervoor te zorgen dat Barneveld bij een volgende hittegolf beter is voorbereid en de gezondheid van al onze inwoners gewaarborgd blijft, stelt ChristenUnie Barneveld de volgende vragen aan het college: 

  1. Uit een inventarisatie van het Rode Kruis en het Klimaatverbond blijkt dat 128 van de 342 gemeenten een lokaal hitteplan hebben of hier momenteel aan werken. Beschikt de gemeente Barneveld, aanvullend op het Nationaal hitteplan over een specifiek lokaal hitteplan? Zo ja, hoe werken lokale zorg- en welzijnsinstanties hierin samen om proactief kwetsbare groepen op te zoeken? Zo nee, is het college bereid dit op korte termijn op te stellen?
  2. Veel openbare gebouwen hanteren reguliere openingstijden. Is het college bereid om bij het activeren van het hitteplan met maatschappelijke partners (zoals de bibliotheek of welzijnsorganisaties) afspraken te maken over verruimde openingstijden, zodat deze locaties juist op de heetste momenten van de dag (de namiddag en vroege avond) open blijven?
  3. Tijdens hitteperiodes deelt de gemeente ‘nuttige tips bij warm’ weer via de gemeentelijke website. Is het college bereid om, in navolging van diverse andere gemeenten in Nederland, een overzichtelijke lokale koeltekaart te publiceren en actief te communiceren waarop inwoners in één oogopslag kunnen zien waar openbare koelteplekken in de gemeente te vinden zijn?
  4. Hoe bereikt de gemeente de meest kwetsbare inwoners (zoals geïsoleerde ouderen of minder digitaal vaardige burgers) met informatie over beschikbare opvang- of koelteplekken, aangezien de huidige communicatie online plaatsvindt?
  5. Extreme hitte dwingt met name kwetsbare en alleenstaande ouderen vaak om binnen te blijven, wat het risico op sociale isolatie en acute eenzaamheid vergroot. Ziet het college de inrichting van koelteplekken (zowel binnen als buiten) ook als een kans voor het sociaal domein om ontmoeting en verbinding te stimuleren?
  6. Gezien de klimaatprognoses van het KNMI zullen zomers met extreme hittegolven in de toekomst vaker voorkomen en intenser worden, terwijl de gemeente Barneveld de komende jaren tegelijkertijd flink uitbreidt met nieuwe woonwijken. Welk concreet langetermijnperspectief heeft het college voor ogen om het aantal openbare koelteplekken (zowel groen/blauw in de buitenruimte als gekoelde binnenlocaties) mee te laten groeien met deze groei van Barneveld?
  7. Is het college bereid om bij toekomstige herinrichtingen en nieuwbouwprojecten  structureel budget en ruimte te reserveren voor de realisatie van permanente, openbare koelte- en ontmoetingsplekken?Â